Wat is nu geloven?- Hebreeën 11
Wij zijn de eersten niet, die in geloof op weg zijn gegaan. Wij zijn de eersten niet, dat is de teneur, de melodie van Hebreeën 11. In de katholieke traditie van de kerk (en wij zijn ook katholiek, ook al zijn we protestant) worden op Allerheiligen en Allerzielen (1 en 2 november) de namen herdacht van hen die ons zijn voorgegaan, gediplomeerde heiligen van naam, maar ook de namen van hen die behoren tot die gemeenschap van heiligen, onze ouders en voorouders.
De woorden van de Hebreeënbrief plaatsen ons voor de vraag, wat is nu geloven? En die ons zijn wij, de gemeente van alle tijden en plaatsen, die in geloof op weg zijn, onderweg, zijn. En geloven in de Hebreeënbrief is niet een zonder meer onderweg zijn. Zo van, wij zijn op weg, maar we weten niet goed waarheen, we trekken wat rond en we zien wel waar we ergens geraken, waar we terechtkomen.
Geloven is hier onderweg zijn ergens heen, ergens op uit, het gaan heeft een doel. Het is gericht op…….het is een op zoek zijn naar een leefbare wereld voor jezelf en voor elkaar. En wat vooral duidelijk wordt is dat geloven niet vanzelfsprekend is. Het is een telkens onderweg zijn. En onderweg zijn er telkens weer keuzemomenten. Onderweg zijn er momenten, dat je voor de vraag komt te staan: zullen we rechtsomkeert maken, of zullen we diep adem halen en verder gaan – onderweg naar morgen.
Op momenten van crisis kom je te staan voor de keuze, twee richtingen – verdergaan of terugkeren. En in de Hebreeënbrief is die crisis heel concreet en niet enkel een gevoel. De crisis is daar een keiharde realiteit – real-politiek door het Romeins imperium – vervolging, marteling, onteigening van bezit, gevan-genneming – het is het verhaal van alle tijden en plaatsen tot op de huidige dag. En aan de vervolging van de kant van de Romeinse staat – de dictatuur van onderdrukking en geweld – valt niets te doen. Verzet wordt in de kiem gesmoord, en de vele kruisen met gekruisigden langs de belangrijke handelsroutes zijn toonbeelden van verschrikking. En hoe reageer je daarop. Of beter gezegd hoe reageert de gemeente daarop?
De Duitse theoloog D. Bonhoeffer, gevangen gezet wegen zijn verzet tegen het nationaal-socialisme worstelt met de vraag of datgene wat altijd is geloofd, de heerschappij van Jezus over ons leven, het komen van het koninkrijk, of dat nog wel werkelijkheid zal worden. En in deze crisis schrijft hij het begin van een nieuwe theologie, waarin de grote woorden van het geloof – God, Jezus, de Geest, de toekomst – opnieuw moet worden uitgelegd. Een nieuwe oriëntatie, om opnieuw in deze situatie van crisis een duidelijke keuze te kunnen maken – doorgaan op de weg of terugkeren.
Om die keuze te kunnen maken heb je verhalen nodig – voorbeelden – mensen die deze weg al een keer zijn gegaan – die voor dezelfde keuze hebben gestaan. En de Hebreeënbrief noemt er velen, een hele rij getuigen – Abraham, die vertrok zonder te weten waarheen, hij wist niet wat hem te wachten stond in een vreemd land. En hij kiest voor een verblijf in tenten, omdat hij vol verwachting bleef uitzien naar een “stad met fundamenten”, een stad die voor allen veiligheid en leefbaarheid biedt. Een plaats waar de gerechtigheid van God de dienst uitmaakt.
Zij waren vreemdelingen en gasten op aarde – en onderweg was er de verzoeking om terug te keren naar het land vol zekerheid, maar zij verlangden naar een beter vaderland. En het is dat verlangen wat de verzoeking weerstaat om terug te keren. En dat verlangen heeft alles met geloof te maken, geloof dat in de Hebreeënbrief wordt verstaan als een gericht zijn op de toekomst en daarin zelf die toekomst naar zich toetrekt. En in die grondspanning tussen de huidige woestijn en de nog komende stad houdt het geloof je op weg, aan de gang.
Door het geloof zijn al die getuigen gegaan. Abraham, Sara, Mozes, Elia, David, Salomo, Ruth, Maria, Je-zus, Paulus en Jacobus, al die heiligen voor ons, Franciscus van Assisi, Luther en Calvijn, de vele namen uit onze tijd, Bonhoeffer, die ik al even noemde, Martin Luther King, Oscar Romero, de vrouwen op de Plaza de Mayo, namen van vele vrouwen en mannen die het gewaagd hebben, de weg te gaan, tegen de ver-drukking in, tegen de weerstand in, door het geloof.
Het geloof is het draagvlak – het draagt die vreemde werkelijkheid al in zich. De komende wereld van God zit al in dat geloven. Geloof is daarin iets wat je overkomt, je wordt erin meegenomen en daarmee gericht op de komende werkelijkheid. Het geloof is het “bewijs” en dan niet in onze wetenschappelijke of juridische betekenis van het woord, maar als fundament waarop het geloof berust.
De heiligen ons voorgegaan!, Het zijn er velen hebben een stad en een vaderland voor ogen. Ook wij zijn op weg naar die stad. Het geloof is daarin en daarvan het “draagvlak”. Het beloofde land, een stad met fundamenten, zijn tegenbeelden van een land en een stad, waar mensen worden vertrapt, waar haat en afgunst, geweld en wantrouwen het leven beheersen.
Geloven is hopen. Geloven is ook gaan op de weg, die velen ons zijn voorgegaan. Geloven is je opgenomen weten in die lange rij van getuigen, de vele namen die ons bekend zijn, maar ook onbekend. Zij zijn het die door hun manier van leven getuigen van de God, die door het volk Israël met Mozes en de Profeten en in Jezus Christus die weg ten einde toe is gegaan, opdat wij kunnen geloven door zijn Naam.

Ds. Roel de Meij Mecima