Meditatie

In den beginne – Genesis 1 en Pasen
Het oecumenisch leesrooster volgt tussen Pasen en Pinksteren een doorgaande lezing uit het boek Ge-nesis’. Het begint met Genesis 1,een loflied op de schepping, een bevrijdingslied, een Paaslied. Een lied dat de kerk de eeuwen door heeft ge¬zongen en gelezen wanneer de gemeente in de Paasnacht bijeen-komt, om in navolging van Is¬raël zich af te vragen waarom deze nacht zo anders is dan alle andere nach-ten. En dan klinkt het antwoord: Dit is de nacht waarin wij gedenken hoe de EEUWIGE – geprezen zij zijn Naam – ons telkens heeft willen bevrijden uit de macht van duisternis en dood, hoe HIJ een licht heeft doen opgaan en de aarde te¬voorschijn geroepen als droog land, goede aarde, om er te kunnen wonen.
In den beginne schiep God de hemel en de aarde, zo begint het boek Genesis, en daarmee de hele bij-bel, de Tora en de Profeten, de Ge¬schriften van Israël, het Evangelie en de Apo¬stelgeschriften. En in krachtige woorden volgt het verhaal. Het lied van de schepping. Tien scheppingswoorden en zeven scheppingsdagen. Het lied van de schepping is een Paasverhaal, het is de belijdenis van een volk, van Israël, in de duisternis van de bal¬lingschap, een donkere tijd in de geschiedenis van Israël, een tijd van vertwijfeling, van vragen; wie zijn wij, en wie is onze God, de God van Abraham, Isaäk en Jakob, HIJ die ons bevrijd heeft uit de slavernij van Egypte, uit het land van de benauwenis, het diensthuis. Wat is er nog waar van de belofte, die HIJ gegeven heeft in zijn Naam, IK-ZAL-ER-ZIJN erbij zijn in jullie benauwd-heid. Wij zijn van God, maar van wie is deze godloze we¬reld, nu we meegesleurd worden in de willekeur van de wereldmachten? Wat is deze wereld? Waar komt hij vandaan en waar gaat hij naar toe?
En de volken rondom Israël zeiden dat de we¬reld geen goede wereld is. Dat er duistere machten zijn, anonieme krachten die de dienst uitmaken en ons leven beheersen. De zon en de maan en de sterren zijn zulke machten, de na¬tuur en de koningen die zichzelf als god be¬schouwen. En dat je rijk of arm bent, of je genoeg te eten hebt of honger moet lijden, of je werk hebt of zonder werk je leven moet invul¬len, dat is het lot waaraan je bent overgele¬verd. De economische uitbuiting, de etnische zuiveringen, de poli-tieke terreur, rascisme en nationalisme, dat alles overkomt je, en je moet zelf maar zien er doorheen te komen.
En te midden van deze chaos, temidden van dit angstig bestaan, klinkt een nieuw lied, een verhaal, een gedicht, een geloofsbelijdenis, een protestsong, een nieuw lied op de HEER. In den beginne schiep God de hemel en de aarde, en God sprak, en God noemde, en God zag dat het goed was, zeer goed…..God, niet een god¬heid, maar HIJ die begonnen is, die met ons de weg van bevrijding is gegaan, door water en woestijn. Voor, achter en boven deze wereld staat onze God, de bondgenoot van de mensen, die ons leven heeft gewild, die de toekomst is van ons leven van heel deze wereld, die zorgt dat er licht is om te leven, aarde om op te wonen; die de strijd aanbindt tegen de chaos, tegen de dood, die het leven wil en licht en liefde, en die uiteindelijk zijn schepping zal voltooien.
En de rabbijnen die uitleg gaven over Genesis 1, die leerde dat de eerste letter van het eerste hoofdstuk van de Tora eigenlijk alles samenvatte. Een beth: onze hoofdletter C in digitaal, afgeplat. Een streep bo-ven, een streep onder, een streep achter, en van voren open. Een letter als een huis. We hebben vaste grond onder de voeten, een dak boven ons hoofd en wij zijn gedekt in de rug en hebben een toe¬komst vóór ons. “Mijn zoon, zegt de rabbi tegen zijn leerling, sommigen zullen zeggen dat we geregeerd wor-den door geheimzinnige machten, anderen zullen leren dat er helemaal niets is, alleen maar een leegte. Geloof dat niet! Denk altijd aan die eerste letter van ons grote boek. Dat is ons hele geloof.”
De eerste letter, het eerste woord, in den beginne. Welk begin? Wat voor een begin? Het eerste woord van de Tora in het Hebreeuws is “beresjiet”, wat moeilijk te vertalen is, daarin zit de betekenis van “hoofd”, denk maar aan het Joodse nieuwjaar “rosj hasjana”, hoofd van het jaar, de eerste, wanneer het laatste gedeelte uit de Tora wordt gelezen, uit Deute¬ronomium en aansluitend, in één doorgaande le¬zing Genesis 1, in den beginne; in den beginne was het Woord, en dat Woord is vlees geworden, dicht Johan-nes in zijn evangelie. In den be¬ginne, de eerste, de eerste dag van de week, de dag van de opstanding, het licht schijnt in duisternis, de aarde wordt geroepen om aarde te zijn, de zon, de maan en de sterren om lichten te zijn aan de hemel van God.
De mens wordt geroepen, de nieuwe Adam, de eersteling van een nieuwe schepping, de Heer is opge-staan, als eerste, als hoofd, als le¬vensbegin van zijn lichaam, zijn opstandings¬lichaam dat gemeente heet. In de nacht van de verborgenheid vindt Gods overwinning plaats over de machten van dood en duister-nis. Hij die gestorven is aan het kruis, Hij blijkt de Levende te zijn. Hij is opgewekt volgens de Schriften en nu kan het opnieuw beginnen, van hoofde af aan!

Ds. Roel de Meij Mecima