Meditatie

Vreest niet! Lucas 2:10

Vreest niet! Dat zegt de engel tegen de her¬ders, die in die nacht de wacht houden over hun kudde en die vrezen met grote vrees, wan¬neer er plotseling een engel verschijnt en de heerlijkheid van de HEER hen omstraalt. Vreest niet!, zegt de engel tegen Zacharias, de prie¬ster, wanneer hem in de tempel een engel ver¬schijnt om hem de geboorte van zijn zoon Jo¬hannes aan te kondigen. Vreest niet!, zegt de en-gel tegen Maria, wanneer hij haar begroet om haar te zeggen dat ze een zoon zal krijgen die ze de naam Jezus moet geven. En op nog meer plaatsen in Lucas, en eigenlijk de hele bijbel door, klinkt het telkens; Vreest niet!, wan¬neer de EEUWIGE verschijnt.
Vreest niet! Je hoeft niet bang te zijn. Dat zegt de engel tegen de herders in die vreemde nacht, die vaak zo pijnlijk is voor veel mensen. Het is vaak de nacht dat de angst toeslaat. Je bent alleen. Je kunt niet slapen. Je hebt veel ge¬dachten. Er is de angst voor wat komen gaat, de onvrede over wat niet is afge-maakt, de woede over het onrecht wat jou en anderen is aangedaan, de pijn van wonden die maar niet genezen. Het spookt in die nacht.
En in die nacht heeft de EEUWIGE geroepen: Er zij licht, en er was licht. Want het is natuur¬lijk niet zo-maar, dat het verhaal van het ver¬schijnen van God in de nacht afspeelt en niet in het volle daglicht, wan-neer wij druk bezig zijn te doen of er niets aan de hand is. Wij proberen telkens weeronze angst weg te drukken. Wij probe¬ren onze kwetsbaarheid te verbergen achter een masker van stoerheid en flink zijn. We probe¬ren ons verdriet weg te stoppen achter een vrolijkheid die niet echt is. We verbergen ons ach-ter dikke muren, en hoewel we bang zijn, is ons de duistere nacht vaak liever, dan het licht van de dag.
En wie kent niet de angst, dat je er als mens er niet mag zijn, omdat jouw gevoelens, jouw ma¬nier van leven, wordt gezien als iets ver¬keerds. En wie kent niet de angst te zullen falen, in je werk, in je relaties en als re¬actie probeer je alles zo perfect mogelijk te doen, wat het gevoel van onzekerheid alleen maar gro¬ter maakt. En wie kent niet de angst in de steek gelaten te worden, verloren te raken als mens te-midden van andere mensen. En dat is onze nacht, deze nacht, die we delen met vele miljoenen mensen en volken, die zich verloren weten, die te lijden hebben onder de vooroor¬delen van anderen, van de machtigen die stam¬pend rondgaan.
De herders die vreesden met grote vrees, niet vanwege de nacht, want daar waren ze aan ge¬wend, de chaos en de willekeur. Maar ze vrees¬den omdat het licht in de duisternis ging schijnen. De echte vrees is daar wanneer God zelf naar beneden komt, zich richt tot men¬sen en zegt: Vrees niet!, want zie, ik ver-kon¬dig u grote blijdschap…… De vrees van de herders is dat hun duisternis aan het licht komt en dat is uiteindelijk ook onze vrees, dat wij gezien worden zoals we zijn, kwetsbare mensen, naar wie God om-ziet in de nacht.
Onze duisternis wordt geplaatst in het licht van het kind van Bethlehem. Het verhaal over het komen van God gaat over kleine kwetsbare mensen en het speelt zich af ergens achteraf in de kou en in de nacht. Het zijn doodgewone armoedzaaiers die het eerst te horen krij¬gen dat God in de buurt is en aan wie het eerst een licht opgaat. En dat alles hoort bij de man van wie wij met kerst de geboorte geden¬ken en vie-ren: de groten hadden geen oog voor hem, en zagen hem als een bedreiging, zij wer¬den werkelijk be-vreesd – de kleine zagen hoe zijn hart naar hen uitging en haalden verlicht adem en dankten God.
In onze nacht is Hij geboren die gekomen en die dwars tegen onze duisternis in heeft ge¬roepen: Vreest niet! Zie, ik verkondig u grote blijdschap, die heel het volk ten deel zal vallen: u is heden de Bevrijder geboren, name¬lijk Christus, de Heer, in de stad van David.

Ds. Roel de Meij Mecima